03 828 02 99         

Werken

Brugproject

Als je nog niet toe bent aan reguliere tewerkstelling, kan je werkervaring opdoen in een brugproject.  Een brugproject sluit zoveel mogelijk aan bij de opleiding die je koos.  Hoe sneller je vordert in een brugproject, hoe sneller je kan doorstromen naar reguliere tewerkstelling. Word je tewerkgesteld in een brugproject, dan ontvang je maandelijks een vergoeding.

Voortraject

Misschien ben je nog niet helemaal klaar om onmiddellijk aan de slag te gaan in een bedrijf of in een brugproject.  In dat geval word je begeleid in een voortraject om je competenties aan te scherpen of bij te spijkeren. Vanuit een voortraject kan je doorstromen naar een brugproject of rechtstreeks naar tewerkstelling.

Persoonlijk ontwikkelingstraject

Misschien loopt het voor jou even niet allemaal van een leien dakje en heb je tijdelijk nood aan een meer intense begeleiding.  Samen met het CLB kijken we dan of je niet het best een tijdje wordt opgevangen in een persoonlijk ontwikkelingstraject. Op die manier kan een begeleider van dichtbij inspelen op je noden en verwachtingen.  Een persoonlijk ontwikkelingstraject kan soms gecombineerd worden met een voortraject of een brugproject.  Samen met jou, je ouders, het CLB en het centrum deeltijdse vorming dat je begeleidt, wordt het voor jou meest geschikte traject uitgezet en besproken. Als centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs sloten wij hiervoor een samenwerkingsovereenkomst af met Arktos vzw en Lejo vzw. We houden nauw contact met de begeleiders van het persoonlijk ontwikkelingstraject en overleggen regelmatig om je vorderingen te bespreken.

 

Je kan enkel starten in een persoonlijk ontwikkelingstraject via een gemotiveerd verslag van het CLB dat door jou en je ouders ondertekend werd. 

TEWERKSTELLING

Als je klaar bent om te gaan werken, word je naar een bedrijf geleid. Daar doe je werkervaring op en krijg je een praktijkopleiding.

 

Hieronder vind je de meest voorkomende overeenkomsten binnen reguliere tewerkstelling.

Overeenkomst van alternerende opleiding - Meer info

Je kunt een overeenkomst van alternerende opleiding afsluiten als je op jaarbasis minstens 20 uur per week opleiding op de werkplek volgt.

 

Het gaat om een voltijdse overeenkomst die betrekking heeft op het volledige leertraject en dus zowel de lescomponent als de werkplekcomponent omvat. Je ontvangt voor je opleiding op de werkplek en je opleiding op het centrum samen een leervergoeding die tussen de 444,30 en 528,60 euro per maand, afhankelijk van je opleidingsjaar en je vooropleiding.

 

Afwezigheden op de werkplek en afwezigheden op het centrum kunnen dit bedrag doen dalen. Een uur les (of een daarmee gelijkgestelde activiteit) van 50 minuten telt mee als een volledig uur.

Deeltijdse arbeidsovereenkomst - Meer info

Eventueel kan je (als arbeider of bediende) met een gewone deeltijdse arbeidsovereenkomst aan de slag indien:

  • je werkgever tot de non-profitsector behoort;
  • je een niet-duale opleiding volgt die op jaarbasis minder dan 20 uur per week bedraagt.

Je ontvangt voor je arbeid een loon, volgens de barema's die zijn bepaald in collectieve akkoorden tussen werkgever(s) en vakbonden. Voor jongeren liggen die meestal lager dan voor oudere werknemers. Op dat loon betalen zowel je werkgever als jijzelf bijdragen voor de sociale zekerheid (RSZ-bijdragen).

 

Ook gaat er van je loon een deel naar de belastingen, tenminste als je meer dan € 7270 (aanslagjaar 2018 – inkomsten 2017) aan netto-belastbaar inkomen hebt per jaar. Het kan zijn dat de werkgever toch bedrijfsvoorheffing inhoudt op je loon. Die kan je het jaar nadien echter terugkrijgen als je een belastingbrief invult.

Werknemersleercontract (ook wel industrieel leercontract genoemd) - Meer info

(Opgelet: dit soort overeenkomsten kunnen niet langer worden afgesloten. Lopende werknemersleercontracten blijven wel van kracht.)

 

Als je een werknemersleercontract aangeboden kreeg, dan krijg je voor de dagen die je werkt in het bedrijf of de instelling geen loon, maar een leervergoeding. In sommige sectoren wordt er vanuit een sectoraal fonds waarbij je werkgever is aangesloten een deel bijbetaald.

 

De werkgever betaalt een kleine bijdrage voor de sociale zekerheid (RSZ-bijdrage) op de vergoeding. Jijzelf moet echter geen RSZ-bijdrage betalen, in elk geval niet tot het einde van het jaar waarin je 18 jaar wordt.

Fiscaal ten laste of niet? - Meer info

In sommige gevallen zal je niet langer kunnen terugvallen op de ziekteverzekering van je ouders. In dat geval laat je je het best zo snel mogelijk inschrijven bij een ziekenfonds (mutualiteit), zodat je een eigen "ziekenboekje" hebt. Het ziekenfonds betaalt je een deel van je medische kosten (doktersbezoek, geneesmiddelen) terug.

 

Na een zekere tijd (de wachttijd) heb je ook recht op een ziektevergoeding als je niet kan werken wegens ziekte en daardoor geen loon meer ontvangt van je werkgever.

Woon je nog thuis en bedraagt je bruto belastbaar inkomen meer dan 4000 euro of 3200 euro netto (aanslagjaar 2018 - inkomstenjaar 2017), dan ben je fiscaal niet meer ten laste van je ouders.

 

Woon je met een alleenstaande ouder, dan geldt een maximum bruto belastbaar inkomen van 5775 euro of 4620 euro netto (aanslagjaar 2018 – inkomstenjaar 2017). Concreet wil dat zeggen dat, als je in een bepaald jaar die inkomensgrens overschrijdt , je ouders geen belastingvermindering meer krijgen voor jou als kind ten laste.

 

Nieuw vanaf het inkomstenjaar 2017 is dat de eerste schijf van 2660 euro netto niet meetelt om de bestaansmiddelen te berekenen. Ook de eerste schijf van onderhoudsuitkeringen tot 3200 euro telt niet mee om de bestaansmiddelen te bereken. Voordelen in natura kunnen wel mee in rekening gebracht worden.